Youtube - Jong leren

Afdrukken

Voor het verbeteren van de werkhouding is het belangrijk zicht te krijgen op wat het kind wanneer doet.

Begin met een observatie van het gedrag.

Dit kan op verschillende manieren:

1. een geschreven observatie

2. een abc observatie

 

Deze site geeft goede handreikingen hoe om te gaan met gedrag en werkhouding.

 

http://www.gedragsproblemenindeklas.nl/gedragsproblemen-gedragsproblemen.php

 

Deze reader geeft ook een aantal goede tips: 10 handelingsplannen voor gedrag- en werkhoudingsproblemen.

 

 

TEST: 

voor het meten van betrokkenheid: fases van betrokkenheid

 

 

 

 
Afdrukken

 

idee en uitwerking: © J.Crum

Herhaling is nog altijd één van de middelen om bepaalde kennis en vaardigheden in het geheugen op te nemen. Tenminste als er ook motivatie aanwezig is om die kennis en vaardigheden te onthouden. Een middel om de herhaling te bevorderen en te leiden, is het '1-2-3-klaar' systeem. Het is bedoeld voor kinderen die op de gebruikelijke manier bijv. spellingswoordjes of tafels niet hebben onthouden en extra herhaling nodig hebben.

We maken gebruik van 4 doosjes of enveloppen, waarop respectievelijk staat:
1, 2, 3, klaar.

 >>>>>  >>>>>  >>>>>

Werkwijze.
Als voorbeeld nemen we spellingswoordjes. De leerkracht schrijft op een stevig strookje van ongeveer 7 x 1,5 cm een woordje en geeft een aantal van die strookjes met woorden mee om te oefenen, bijv. thuis (met de ouders is dan één en ander uiteraard afgesproken). Die woordjes komen in het eerste envelopje of doosje. Als het oefenmoment is aangebroken, worden ze gedicteerd; bij een fout wordt er meteen gestopt en het woordje wordt getoond en weer bedekt, waarna het kind 't uit het hoofd opschrijft. Daarna wordt het weer teruggedaan in het eerste doosje of envelopje, ook al was het bij de tweede poging goed geschreven; alleen een woordje dat in één keer goed was, gaat naar doosje 2. Als er inmiddels overal woordjes inzitten, dan worden deze woordjes ook meegeoefend en in een volgend doosje gedaan als er bij één keer proberen geen fout in zit. Enz.
Tenslotte komen ze in 'klaar', waarna het geoefende woordje ook echt 'klaar' is (al komt het misschien later nog weer een keer in oefening en opnieuw in doosje 1!). Zo'n woordje is dan drie keer bij de eerste poging goed geschreven ( van 1 naar 2, van 2 naar 3, van 3 naar klaar).

Belangrijk!!
Bij kinderen met geheugenproblemen is het nodig om een beperking aan te brengen in wat men uit het hoofd wil laten leren.

 
Afdrukken

Als er in Nederland een kind is met faalangst kijken we naar de motieven die het kind blokkeren. Welk deel van het zelfbeeld is hiervoor verantwoordelijk. Kinderen ontwikkelen hun faalangst doordat ze zichzelf verplichtingen opleggen. Ze zijn bijvoorbeeld zeer perfectionistisch.
Je moet dan ook de denkstructuur aanpakken en niet de faalangst zelf. Er bestaan twee soorten faalangst: een positieve en een negatieve.
Positieve faalangst heeft men nodig om tot fenomenale prestaties te komen.
Negatieve faalangst ontstaat door de aanwezigheid van bepaalde factoren die het kind blokkeren bij het leveren van prestaties.
Hiernaast is er een algemene angst-factor waardoor het ene kind juist roekeloos zal zijn en het andere juist overdreven voorzichtig.

De prestatiemotivatie kan gemeten worden bij kinderen van 9-16 jaar aan de hand van de vragenlijst van Hermans.


Kinderen die faalangstig zijn denken ik kan het niet. Fysieke uitingen zijn bijvoorbeeld; broekplassen, slecht slapen en/of driftbuien. De angst om iets fout te doen is groot.

Doordat hoogbegaafde kinderen vaak minder of nauwelijks moeite hoeven te doen om de stof in zich op te nemen krijgen ze geen of weinig faalervaringen. Door weinig faalervaringen te ervaren leren ze hier dus ook niet goed mee om gaan. Deze kinderen moeten leren dat het niet erg is als je wat fout doet, als ze dit eenmaal inzien groeit vaak het zelfbeeld.

U als ouder moet op een positieve manier reageren op fouten of onvoldoendes.

Hoewel dit in eerste instantie vreemd klink zal een kind wat steeds op zijn kop krijgt steeds faalangster kunnen worden. Bij een bijvoorbeeld behaalde onvoldoende moet dit een nieuw uitgangspunt zijn om het volgende cijfer beter te halen.


Kenmerken faalangst:

- de prestaties worden minder goed als kind toets of andere beoordeling moet doen,
- het kind neigt tot perfectionisme of langzaam werken,
- kind geeft blijk van frustratie,
- kind gaat moeilijke situaties uit de weg,
- pakt verrijkingsstof niet aan,
- pas als kind vaardigheid beheerst komt het ermee naar buiten.

(deze kenmerken kunnen ook bij een hoogbegaafd kind dat zich verveelt passen)



Tips ouders:

- benader het kind positief,
- geef het goede voorbeeld laat zien dat u ook fouten maakt,
- stimuleer het kind om trots te zij op eigen prestaties,
- laat het kind ook moeilijke situaties aangaan, laat het kind ertegenaan lopen. Zo zal het leren dat er een oplossing gevonden kan worden.
- leer uw kind met falen om te gaan! Geef het kind de ruimte om fouten te maken, neem niet alle struikelblokken weg


Tips voor het kind zelf:

- zeg tegen je zelf ‘Ik kan het’,
- let op je ademhaling,
- probeer aan leuke dingen te denken,
- zet je voeten stevig op de grond dit geeft houvast,
- je kunt leren omgaan met faalangst, het is te behandelen.


Tips leerkracht:

- geef duidelijk aan wat er verwacht wordt, dit vermindert de angst,
- bied faalervaringen aan bijv. iets moeilijker stof, en reageer rustig als het kind veel fouten heeft,
- geef positieve en reële feedback,
- begeleid het kind stap voor stap bij moeilijke taken.

 
Afdrukken

 

Hoe signaleer je dyscalculie? 

 

Er kan pas gesproken worden van dyscalculie wanneer een kind een (ruime) leerachterstand in 
rekenen heeft opgelopen in vergelijking met zijn/haar leeftijdsgenoten. Verder moeten er geen andere stoornissen 
en geen gestoorde ruimtelijke ontwikkeling aanwezig zijn. De aanwezigheid van een stoornis en of een afwijking 
in de ruimtelijke ontwikkeling kunnen namelijk ook als oorzaak functioneren voor het voorkomen van rekenproblemen 
bij het kind. 

Men spreekt vaak ook van dyscalculie als leerlingen blijvende en opvallende moeilijkheden
hebben met rekenvaardigheden en wiskunde en dit ondanks een normale intelligentie. Deze leerlingen kunnen 
moeilijkheden hebben met het begrijpen van de wiskunde, maar de moeilijkheden kunnen zich ook uiten in opvallend 
veel rekenfouten zonder gemis aan begrip.

Als een kind niet goed kan rekenen heeft dat in de basisschool minder consequenties dan als er met lezen iets 
aan de hand is, omdat rekenen een veel kleinere rol speelt bij de andere vakken. Waarmee kunnen problemen met 
rekenen dus niet gelijk aan dyscalculie zoal te maken hebben?

Een kind kan over zwakke intellectuele mogelijkheden beschikken, wat zichtbaar wordt bij alle leergebieden. Er kan sprake zijn van een leesprobleem, waardoor leessommen extra moeite kosten. Er kunnen problemen zijn met de rekenmethode en soms ook met het lesgeven; dan ligt het aan het onderwijs.

Als de oorzaak niet in het bovenstaande ligt, dan moeten we kijken hoe het kind zich de basisvaardigheden eigen maakt:

  • Herkent het kind de getalsymbolen?
  • Is er een directe koppeling tussen het zien van het cijfer 5 en het daarbij behorende aantal?
  • En ook andersom: roept het cijfer 5 ook de hoeveelheid op dat erbij hoort?
  • Hoe zit het met het begrip van de tekens, zoals +, - en =?

Verder spelen geheugenproblemen nogal eens een rol. Al rekenend raken ze de informatie kwijt uit hun werkgeheugen (korte termijn geheugen). De basisvaardigheden van optellen, aftrekken, vermenigvuldigen en delen komen er niet in (automatisering). Ook de manier van werken die het kind hanteert kan een bron van verwarring zijn (strategie). Vaak is de instructie niet voldoende en is verlengde instructie nodig. Anders beginnen ze zo maar aan een som, of komen in tegendeel juist niet tot werken. Pas als deze problemen bij een goede begeleiding na 6 maanden van intensief werken hardnekkig blijken te zijn, zouden we van kenmerken van dyscalculie kunnen spreken.

Bron: http://www.orthopedagogiek.com

 
Afdrukken

Kinderen vanaf 7 jaar zou je samen met het kind onderstaand testje kunnen laten invullen.

 

Dit kan beelden geven en dit geeft voldoende stof tot een gesprek.

 

Zo kun  je achterhalen waar het kind het meeste last van heeft.

 

http://www.123test.nl/faalangst/

 

Pagina 1 van 2

<< Start < Vorige 1 2 Volgende > Einde >>
You are here:   HomeZorg bieden
| + -

Stichting

logo-jong-leren_small

Colofon

Voor meer informatie:
Stichting jong Leren,
St. Pieterskade 26 (A01)
6212 AD Maastricht
Tel: 043-3101076,
of mail naar: Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

Twitter