Youtube - Jong leren

Afdrukken
Filosoferen met kinderen, hoe doe je dat? PDF  | Afdrukken |


ImageIn een filosofisch gesprek is de filosofische vraag onmisbaar. Filosoferen vertrekt altijd vanuit een vraag. Een gesprek is veel beter te voeren als een leidende en prikkelende vraag als uitgangspunt dient: ten eerste staan alle neuzen dezelfde kant op, ten tweede prikkelt de vraag om samen een (voorlopig) antwoord te zoeken.  Het belangrijkste kenmerk is dat ze niet definitief zijn te beantwoorden. Er is geen juist of onjuist antwoord mogelijk.

Daarom kan er goed over worden nagedacht. Daarnaast kan er op filosofische vragen geen strikt persoonlijk antwoord worden gegeven. Over de vraag ‘is kaas lekker?’ kun je niet met een groep denken omdat deze vraag om een persoonlijk antwoord vraagt. Maar de vraag ‘hoe kan het dat smaken verschillen?’, is wel een filosofische vraag, omdat daar geen strikt persoonlijk antwoord op mogelijk is.  De onderwerpen van filosofische vragen zijn zeer divers. Hoe alledaags en vanzelfsprekend het onderwerp ook is, in een filosofische vraag wordt het op een niet-vanzelfsprekende aan het kind voorgelegd. Neem bijvoorbeeld het onderwerp ‘planten’ (een alledaags verschijnsel). Een filosofische vraag over planten kan zijn of planten stout kunnen zijn, of dat een plant expres een bloem krijgt of per ongeluk. Deze vragen zijn dus niet alledaags. Het raadselachtige en wonderlijke van een onderwerp wordt in een filosofische vraag naar voren gehaald

Filosoferen met kinderen, hoe doe je dat? PDF  | Afdrukken |


ImageIn een filosofisch gesprek is de filosofische vraag onmisbaar. Filosoferen vertrekt altijd vanuit een vraag. Een gesprek is veel beter te voeren als een leidende en prikkelende vraag als uitgangspunt dient: ten eerste staan alle neuzen dezelfde kant op, ten tweede prikkelt de vraag om samen een (voorlopig) antwoord te zoeken.  Het belangrijkste kenmerk is dat ze niet definitief zijn te beantwoorden. Er is geen juist of onjuist antwoord mogelijk.

Daarom kan er goed over worden nagedacht. Daarnaast kan er op filosofische vragen geen strikt persoonlijk antwoord worden gegeven. Over de vraag ‘is kaas lekker?’ kun je niet met een groep denken omdat deze vraag om een persoonlijk antwoord vraagt. Maar de vraag ‘hoe kan het dat smaken verschillen?’, is wel een filosofische vraag, omdat daar geen strikt persoonlijk antwoord op mogelijk is.  De onderwerpen van filosofische vragen zijn zeer divers. Hoe alledaags en vanzelfsprekend het onderwerp ook is, in een filosofische vraag wordt het op een niet-vanzelfsprekende aan het kind voorgelegd. Neem bijvoorbeeld het onderwerp ‘planten’ (een alledaags verschijnsel). Een filosofische vraag over planten kan zijn of planten stout kunnen zijn, of dat een plant expres een bloem krijgt of per ongeluk. Deze vragen zijn dus niet alledaags. Het raadselachtige en wonderlijke van een onderwerp wordt in een filosofische vraag naar voren gehaald. 

Filosoferen met kinderen, hoe doe je dat?

In een filosofisch gesprek is de filosofische vraag onmisbaar. Filosoferen vertrekt altijd vanuit een vraag. Een gesprek is veel beter te voeren als een leidende en prikkelende vraag als uitgangspunt dient: ten eerste staan alle neuzen dezelfde kant op, ten tweede prikkelt de vraag om samen een (voorlopig) antwoord te zoeken.  Het belangrijkste kenmerk is dat ze niet definitief zijn te beantwoorden. Er is geen juist of onjuist antwoord mogelijk

Daarom kan er goed over worden nagedacht. Daarnaast kan er op filosofische vragen geen strikt persoonlijk antwoord worden gegeven. Over de vraag ‘is kaas lekker?’ kun je niet met een groep denken omdat deze vraag om een persoonlijk antwoord vraagt. Maar de vraag ‘hoe kan het dat smaken verschillen?’, is wel een filosofische vraag, omdat daar geen strikt persoonlijk antwoord op mogelijk is.  De onderwerpen van filosofische vragen zijn zeer divers. Hoe alledaags en vanzelfsprekend het onderwerp ook is, in een filosofische vraag wordt het op een niet-vanzelfsprekende aan het kind voorgelegd. Neem bijvoorbeeld het onderwerp ‘planten’ (een alledaags verschijnsel). Een filosofische vraag over planten kan zijn of planten stout kunnen zijn, of dat een plant expres een bloem krijgt of per ongeluk. Deze vragen zijn dus niet alledaags. Het raadselachtige en wonderlijke van een onderwerp wordt in een filosofische vraag naar voren gehaald. 

 
Afdrukken

Gratis verrijkingsmateriaal voor taal:

Stichting SLO heeft nieuw materiaal ter beschikking gesteld voor taal.

http://www.slo.nl/primair/publicaties/slimmetaal/

 
Afdrukken

Van Tassel-Baska (2003) heeft laten zien dat een curriculum voor hoogbegaafde leerlingen drie elementen bevat.  Ten eerste moet er sprake zijn van een gevorderde leerinhoud. Dit betekent dat hoogbegaafde leerlingen sneller door de stof moeten kunnen gaan en tevens verrijking krijgen aangeboden binnen het curriculum. Door het creëren van een zone van naaste ontwikkeling werk je aan een gevorderde leerinhoud: Bart leest immers al de handleiding van de fotocamera. Ten tweede moet het curriculum een proces-product element bevatten, niet alleen het product maar ook de manier van leren speelt een belangrijke rol. BV. Samen met het kind bekijkt de leerkracht welke woorden hij al kan schrijven. Bij woorden waarover hij twijfelt, helpt zij hem door samen de woorden te verklanken. Hierdoor zoomen ze in op het proces van het schrijven van nieuwe woorden. Alleen als het hem echt niet lukt, zoals bij het woord ‘goochelaar’, schrijft de leerkracht het voor. Ten derde moet er een bindende factor zijn die wordt gevormd door een kwestie of een thema en dat is nu juist waar het bij OGO om gaat. Het thema zorgt voor een gemeenschappelijk referentiekader waar iedereen aan deel kan nemen. 

 
Afdrukken

 

de volgende vragen klaar (5xW+H):

 

 

  • Over wie gaat het? (indianen)

 

 

 

 

  • Wat weet ik al? (aarde, zon, maan, planten en dieren vinden ze belangrijk)

 

 

 

 

  • Hoe zien ze eruit? (verentooi)

 

 


 

 

  • Waar wonen ze (in (Zuid)Amerika)

 

 


 

 

  • Wanneer zijn ze ontdekt

 

 

 

 

  • Wat wil ik daar nog meer over weten? (hoe ze nu leven, waarom ze zo heten en hoeveel er nog van zijn …)

 

 


 

 

  • Waarom wil ik dat weten? (omdat ik een spreekbeurt wil houden over indianen)

 

 


 

 

  • Hoe lang wil ik erover doen?

 

 


 


Leerwerk? Zet eerst je vragen klaar in je hoofd. Schrijf de antwoorden op.

 
Afdrukken

Het begrijpend lezen is meestal geen probleem voor de (hoog)begaafde kinderen. Het is niet wenselijk (want niet zinvol!) om hen series opdrachtkaarten met vragen bij teksten te laten doorwerken. Hoewel het verleidelijk is om hen daarmee lekker aan het werk te houden, moet ook hier weer worden gekeken naar het nut. Het maken van vragen zonder meer blijkt niet nuttig. Beter is om te werken met opdrachten uit de deeltjes Denkwerk en Speurwerk (Dijkstra Zeist). Verder is het gebruik van allerlei tijdschriften aan te bevelen: algemene als Primeur, en Weet ik!, maar ook allerlei meer specifieke jeugdbladen als Tam tam (Wereld Natuurfonds), Vrije vogels (Vogelbescherming), Archimedes (natuurkunde) en Pythagoras (wiskunde). Gewoon om in te snuffelen, om nieuwsgierig te worden, om vragen op te roepen en antwoorden te vinden, om gericht mee te werken. Ook is er allerlei, vaak kosteloos, materiaal dat heel goed bruikbaar is: gebruiksaanwijzingen (ook leuk is om die zelf te laten maken, en te laten uitproberen of het klopt), recepten (ook toepassen!), folders van postbus 51, NS, politie, reisbureaus, enzovoort. Hiermee kunnen allerlei taal- en rekenopdrachten worden gegeven, maar zij zijn ook heel geschikt voor zogenaamde eigen producties.

 

Pagina 1 van 3

<< Start < Vorige 1 2 3 Volgende > Einde >>
You are here:   HomeHoogbegaafdheid
| + -

Stichting

logo-jong-leren_small

Colofon

Voor meer informatie:
Stichting jong Leren,
St. Pieterskade 26 (A01)
6212 AD Maastricht
Tel: 043-3101076,
of mail naar: Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

Twitter